Aan den proeve ondervonden…

Afgelopen vrijdag was het eindelijk zo ver, de Whiskyproeverij van Drinks & Gifts in Assendelft.
Omdat mijn vader ook een liefhebber van whisky is, had ik hem ook meegenomen. Helaas was halverwege de dorpsstraat afgesloten, dus werden we gebracht door mijn vrouw langs het donkere zuidelijke deel van Assendelft.

De voorbereidingen waren nog in volle gang, maar buiten stond een partytent voorzien van een kleine tuinkachel.
Koud was het dus zeker niet, en al snel raakten we met jan en alleman aan de praat terwijl men binnen nog druk bezig was alles klaar te zetten.

De Ambiance kon niet beter. Een mooie grote schuur die wel vaker dienst had gedaan voor een feestje met drinkgelach. Op meerdere tafels waren de verrassingen voor die avond al uitgesteld. En ik moet zeggen: “Mijn Complimenten”. Alles was per persoon uitgestald op een speciaal papier met daarop plek voor ieder glas en in het midden de lijst met whiskies.


Er was zelfs speciaal een twitter-tafel, want in de voorgaande dagen is er een aardige groep ontstaan die allemaal dezelfde passie delen, en ook nog eens allemaal uit de zaanstreek komen. Bij voorbaat dus al gezellig, en dan was er nog geen druppel gedronken.

Voor vanavond was het Thema “The Art of Excellence“, en kwamen er 7 soorten aan bod:

  • Adelphi Private Reserve Blend, 40%
  • Alchemist Macallan 1996, 10yo, 46%
  • Exclusive Cask Glenturret 1995, 14yo, 52,4%
  • Adelphi’s Fascadale 2010, n.a.s., 46%
  • Alchemist Bruichladdich 1993, 17yo, 46%
  • Kilchoman Summer Release 2010, 4yo, 46%
  • Blackadder Raw Bowmore 1987, 21yo, 50,1%

De informatie van deze avond lag in handen van Hans Bol van Whisky Import Nederland. Een begenadigd verteller op het gebied van whisky, waarbij zijn verhalen kracht werden bijgezet door diverse slides en foto’s die betrekking hadden op de whisky die we aan het proeven waren.

Ze zeggen dat de aankleding altijd een hoop doet voor hetgeen je nuttigt, maar dat geldt zeker zoveel voor het verhaal wat erbij wordt verteld. En aldus kreeg iedere whisky nog meer smaak.

Aan tafel werd tijdens het proeven al snel duidelijk wat een whisky-broekie ik eigenlijk nog ben. Hoewel de smaken die naar voren kwamen vrijwel bij eenieder identiek waren, ben ik nog niet geroutineerd genoeg om direct een Talisker te herkennen. Over smaak valt niet te twisten, en het is leuk om te zien dat wat de een lekker vindt, door een ander toch minder wordt gevonden. Vanavond waren alle whisky prima, al had eenieder zijn favoriet.

Om dit verhaal niet al te lang te maken, verwijs ik voor nog uitgebreidere notities eenieder door naar het Malt fascination-blog van medetwitteraar Sjoerd de Haan-Kramer.
Hieronder mijn korte impressies van alle whiskies:

Adelphi Private Reserve Blend
Deze eerste en enige blend van vanavond viel niet bij iedereen in de smaak. Zelf vond ik hem weinig diepte hebben, en hij liet een smaak in mijn keel achter alsof ik net een sigaret had gerookt, en dat doe ik bij uitzondering alleen op oudejaarsavond.
Dit werd zowel bevestigt als ontkent aan tafel, waarmee nogmaals duidelijk werd dat smaak zeer persoonlijk is.
Zeker niet vies, deze whisky van Adelphi, maar ik zou deze zelf niet zo snel aanschaffen.

Alchemist Macallan 1996
Met zijn bloemerige geur en zachte afdronk een stuk aangenamer dan de eerste whisky. Toch kwam er ergens een stukje rubber naar boven in de smaak, en voelt hij een beetje vettig in de mond. Dat werd nog eens duidelijk door de tranen in het glas, die lang op zich lieten wachten.

Exclusive Cask Glenturret 1995
1 van de donkerder whiskies van vanavond, met een mooie bronzen kleur. Iets zoetzuurs herken je in de smaak, wat vermoedelijk door de eikenhouten vaten komt. Bij iedere slok proefde ik weer iets anders, en smaakt naar meer.
Dit werd uiteindelijk mijn favoriet van deze avond.

Adelphi’s Fascadale 2010
Bij deze whisky staat “N.A.S.”, wat staat voor “No Age Statement”. We weten dus niet precies hoe oud deze whisky eigenlijk is. De zilte geur en smaak, in combinatie met hier en daar wat rook, werd door medetwitteraar Robert Lotman beschreven als “Volendam”. Wie ooit wel eens bij een palingroker is geweest, snapt meteen wat daarmee bedoelt werd.
Deze whisky kroop als enige niet langzaam de keel in, maar klom op naar mijn neus, en dat was toch wel apart.

Na de eerste vier whiskies volgde een pauze, waar eenieder even een frisse neus ging halen. Voordat we echter naar buiten konden werden we eerst nog getrakteerd op de vraag of we een enquete wilden invullen, waarmee die avond twee gelukkige proevers een reischeque hebben gewonnen. Deze prijs werd beschikbaar gesteld door de vrouw van onze gastheer, die het bedrijf The Travel Club runt.
Na de pauze weer snel verder, want die neus werd toch wel erg fris.

Alchemist Bruichladdich 1993
heel licht van kleur en heeft ergens een beetje honing verscholen. Heel vol in de mond en daarmee ook erg lekker.

Kilchoman Summer Release 2010
Uiteraard werd er aan tafel ook live getwitterd, en bij het noemen van deze kreeg ik de vraag binnen of dat wel lekker kon zijn, zo’n jonge whisky. Hij is ‘pas’ drie jaar oud. De associatie van een door eb drooggevallen zeebaai kwam zowel bij mij als bij mijn vader op. Een erg verfrissende dronk die je smaakpapillen weer wakker schudt.
Na deze whisky een stukje van de cervelaatworst die op tafel lag gegeten, en ik werd overweldigd door alle smaken die nu van de worst vrijkwamen. Wie wel eens aarbeien bij Champagne heeft genomen, weet waar ik het over heb.

Tot slot de Blackadder Raw Bowmore 1987
Deze citrusachtige whisky met zijn karateristieke kruimeltjes koolstof in het glas zit binnen no-time overal in je mond. Met een paar druppeltjes water komen er nog veel meer geuren vrij, wat deze laatste whisky inderdaad tot een waardige afsluiter van deze avond maakte.

Na wat napraten over falende spoorwegdiensten, het weer, uiteraard twitter, en nog veel meer, hebben we eenieder een fijne avond toegewenst, onze gastheren en gastvrouwen bedankt voor de unieke opzet van vanavond, en zijn we tevreden teruggelopen naar het begin van de dorpsstraat, alwaar onze terugrit al snel arriveerden.

Alle bovengenoemde whiskies zijn te verkrijgen bij slijterij Drinks & Gifts in Krommenie.
Alle fotos zijn beschikbaar gesteld door Fotografie Robert Lotman, die hierop het copyright behoudt.

2 Likeuren aan het firmament

Hoewel ik druk bezig ben om bekend te worden met de geheimen van Whisky (en dat is enorm leuk),
wil ik jullie deze twee ‘nieuwe’ likeuren niet onthouden.

Als eerste de Domaine de Canton:
Deze gemberlikeur (28% alc.) wordt gemaakt van de fijnste vietnamese gember, gemengd met fijne kruiden en spijzen.
Na met de hand verwerkt te zijn in de franse cognacstreek, wordt er een bruiloft gesloten met Eau de vie, VSOP en XO Grande Champagne Cognac, Vanillebonen, Provencaalse honing en Tunesische ginseng.

Het resultaat mag er dan ook wezen. Een heerlijk frisse likeur, die nooit verveeld.
Hij is stroperig, maar niet plakkerig. Doordringend, maar niet overheersend en blijft smaken naar meer.
Dit in tegenstelling tot veel andere likeuren, die na een tijdje toch vervelen.
Voor mijzelf is dit zeker een blijvertje.
Wel is het een vereiste dat je van gember houdt, want die smaak is uiteraard overheersend in deze likeur.

De tweede likeur is de Grand Marnier Navan.

Dit is een vanille-variant van Grand Marnier (40% alc.), die we vooral kennen van de Cordon Rouge, hun overbekende sinasappellikeur.
Van Grand Marnier is bekend dat deze likeuren wat zwaarder zijn dan de meesten, en dat is ook hier het geval.
Dat is niet zo verwonderlijk, want ook deze likeur bevat, net zoals de Domaine de Canton hierboven, tevens Franse Cognac. Hij wordt gemaakt van vanille uit madagascar, en volgens hetzelfde proces als de Grand Marnier Cordon Rouge.

De geur is uiteraard zware vanille, met daaronder de heftigheid die je gewend bent van Grand Marnier.
De drank zelf is veel minder stroperig dan de Domaine hierboven, en neigt toch meer naar cognac dan likeur.
Geniet dan ook van deze likeur als ware het een cognac. Laat hem door je mond gaan op dezelfde manier.
Dan vind je toch stiekum iets van sinasappelen, en wordt de verwerkte cognac ook proefbaar.
Deze likeur heeft dus net iets meer te bieden dan een doorsnee likeur.

Hou je van Grand Marnier, dan is deze variant zeker het proberen waard.
Wil je als cognac-liefhebber je visite eens iets anders after dinner aanbieden, dan geldt hiervoor hetzelfde.

Beiden likeuren zijn aanbevolen en onvoorwaardelijk beschikbaar gesteld door Slijterij Drink & Gifts uit Krommenie.

Likeurproeverij in Krommenie

Vandaag was het zover. Na een gelukkig droge wandeling kwamen we bijna te laat binnen bij Bar Babbels in Krommenie. Ook als voetganger moet je helaas wachten op de trein…

Jolanda van Drinks & Gifts kwam ons meteen begroeten.
Binnen was het al aangenaam druk, en voor ons was nog plaats achterin naast twee andere stellen, waarvan er één ook twittert.
Na een korte kennismaken en het per ongeluk dopen van mijn echtgenote (gelukkig was het water),
gingen we meteen van start met een aperitief van Amaro Mio met Prosecco.
Na zo’n lange wandeling ging dat er natuurlijk wel in.

Op tafel waren we al voorzien van een bestellijst, een glas water voor het nathouden, en verschillende hapjes.
1 van deze hapjes bestond uit een plakje worst, die samen met een druif gespiest was op eens stokje.
Deze Worst, Culatello genaamd, is eigenlijk een salami, maar ik vond het meer weg hebben van een Amsterdamse Ossenworst, maar dan met Ham gemaakt.
Culatello laat zich kennelijk vrij vertalen als “lekker kontje”, en smakelijk was hij zeker.
Verder werd ons in het kort het programma van die middag vertelt. Van de 6 soorten die vandaag de revu zouden passeren, komen er vijf van het huis Lorenzo Inga. Ook zouden er cocktails langsgaan, gemaakt met de likeuren van vandaag.

Na deze korte verhandeling over de smakelijke hapjes en likeurtjes, was het meteen tijd om de Amaro Mio eens puur te proberen.De twee heren van Villa Grappa gingen alle tafels rond en uiteraard ook bij ons.
De meningen waren verdeeld aan onze tafel, want Amaro Mio heeft veel weg van een kruidenbitter, en daar moet je van houden.
Deze drank bestaat uit 22 kruiden, en daar werd al snel de kruidnagel tussenuit gehaald.
Ikzelf vond hem wel lekker, maar niet echt iets speciaals. Ook de nasmaak van laurier vond ik niet geweldig.
Het deed niet naar meer smaken. En in een land als Nederland, waar ieder gehucht zijn eigen kruidenbitter maakt, zou je van een Italiaanse variant toch net een andere inslag verwachten.
Maar goed, de Amaro Mio was verre van slecht, en zoals hij verwerkt was in het welkomstdrankje, komt hij zeker tot zijn recht.

Na een korte pauze, was het tijd voor nummer twee: Een cocktail van My Sambuca met citroen en limoensap.
Deze, voor mij vreemde, combinatie was echt lekker, en werd ook door de tafelgenoten als een zomercocktail voor aan het zwembad gebombardeerd. Heel apart!
Uiteraard werd de Sambuca ook puur geproefd, en deze was zacht en puur van smaak. Zelfs een tafelgenote die normaal niet van Sambuca hield, vond deze versie toch aangenaam. Voor mij was dit één van de lekkerste van vandaag.

Nummer drie was de vreemde eend in de bijt van vandaag: Acqua Di Cedro
Dit “adellijke” neefje van de Limoncello hield het midden tussen Jenever en Citroen Brandewijn. Hij werd geserveerd met een heerlijk stukje citroenvlaai uit Limburg, waar Villa Grappa gezeteld is.
Door deze combinatie werd het geheel tot “Citroentje met Suiker” benoemd.
Dit ‘water van muskaatcitroen’ is droog, maar wel fris, en blijft niet lang in je mond hangen. Zelf deed het mij denken aan de “Coupe Colonel”, een dessert van citroenijs met Wodka. Als je limoncello te zoet vindt, is deze drank een prima alternatief.

Na al deze heerlijke dingen kwamen de tongen al aardig los, en werd er gediscussieerd over de gepasseerde dranken, andere proeverijen, whisky, cocktails, en zelfs bankrekeningen en skimmers kwamen langs.
Voordat we het eigenlijk doorhadden, kwam ineens het citroenijs van zonet weer langs, maar nu echt, en verwerkt in een spoom met My Limoncello.
Altijd lekker, zo’n drank met ijs-verrassing, maar best wel zoet, en daardoor smaakte de limoncello ook behoorlijk sterk. Ter vergelijking passeerde deze Limoncello ook als cocktail met Prosecco en een druif onze tafel, en dat was ook erg aangenaam.

Toch was ik ook benieuwd naar hoe deze limoncello puur smaakt, en dat was geen probleem. Al snel kwam men speciaal voor ons langs om ons ook hier van te laten genieten.
Limoncello is zo’n drankje dat je regelmatig krijgt in restaurants, en iedere keer smaak het weer net iets anders.
Deze versie, My Limoncello Lorenzo Inga, is echt wel één van de betere die je kunt treffen.
Niet voor niets kwam ook deze likeur op onze bestellijst terecht.

Samen met nummer vijf, de Nonno Tano, kregen we ook allemaal een stukje Cantuccini.
Cantuccini is een keihard, beschuitachtige amandelkoekje, en daar paste deze fruit-Amaretto priam bij.
Vanwege het harde koekje, werd deze in de Nonno Tano gedoopt, in de hoop dat deze daar iets zachter van werd.
De dames aan onze tafel vonden deze amaretto alleen lekker met het bijbehorende koekje, waardoor de heren het geluk hadden deze aparte frisse amaretto tweemaal te kunnen nuttigen.
Een speciale, mooi oranje gekleurde amaretto, deze Nonno Tano (vertaald: Opa Tano), maar niet voor iedereen weggelegd dus.
Een beetje zoals Martini’s Fuego, maar dan veel minder chemisch van smaak. Gewoon proeven dus om erachter te komen of je hem lekker vind.

Tot slot een echte Amaretto, al werd deze voorafgegaan door een cocktail van Amaretto, Gemberbier (geen gingerale) en frambozen.
Ook over deze cocktail waren de meningen verdeeld, maar ik vond hem wel lekker.
Zo zie je maar weer dat smaken altijd verschillen.
Na de cocktail moest natuurlijk ook de pure versie geproefd worden, en dat was zeker niet verkeerd. De pure versie werd begeleid door verschillende soorten koekjes, die allemaal iets weghadden van een bitterkoekje. Niet zo vreemd, want bitterkoekjeslikeur en Amaretto lijken heel erg op elkaar.
Als je de bekende smaak van Amaretto Di Saronno verwacht, wordt je heel vrolijk, want deze Amaretto smaakt een heel stuk beter. Een uiterst aangename likeur, deze Amaretto.

Na al dit heerlijks was het tijd om de bestellingen op te maken, afscheid te nemen van alle tafelgenoten en gastheren en gastvrouw. Alleen nog een heerlijke wandeling terug naar huis was wat ons restte.

Ruiken en Proeven van heerlijke Bourbon – Het laatste deel.

In deze laatste blog over de Nosing & Tasting-kit behandel ik de 3 overige samples.

De eerste in deze rij, en nummer 4 in de kit is Buck, 8 jaar oude Kentucky Bourbon. 45%.


Buck is een op aanvraag gemaakte whisky, en onafhankelijk gebotteld.
Deze “Old Fashioned Kentucky Sour Mash” wordt gepresenteerd als een “Cowboy Drink”.
Dus als je over de prairie wil paardrijden, vergeet dan zeker je fles Buck Bourbon niet.

Ook voor bourbon eerst de Nosing. Ik ruik ergens rozijnen. Bij het inschenken lijkt hij ietwat stroperig,
een beetje alsof je melk inschenkt.
De eerste slok heeft een behoorlijke kick, maar hij brand niet in je keel.
Nu snap ik wel meteen de cowboy-associatie.
De smaak zelf is ietwat fruitig, maar persoonlijk vond ik hem nogal saai.
Om bij de kleuromschrijving te blijven, is deze bourbon donker van smaak.
Ietsje rokerig blijft hij hangen in je mond.

Deze bourbon zo ikzelf niet zo snel aanschaffen, vooral vanwege de saaie indruk die hij achterliet.
Toch zou ik hem zeker niet afslaan als hij aangeboden wordt (bijvoorbeeld bij het kampvuur op de prairie)

De laatste twee samples zijn eigenlijk geen Bourbons, maar Tennessee Whiskies.
Het onderscheidt ligt hem in het zogenaamde Lincoln County Process, waarbij de Whisky wordt gefilterd door houtskool.
Hierdoor krijgt een Tennessee Whisky een andere smaak dan de ‘traditionele” Bourbon.

De 5e in het rijtje is Gentleman Jack, een “rare” Tennessee Whiskey van 40%.

Van de makers van de welbekende Jack Daniels.
Deze Whiskey wordt niet eenmaal, maar zelfs tweemaal door houtskool gefilterd, en dat verschil proef je goed.
Toch kwam bij het openen van de sample de typisch Jack Daniels geur vrij, wat ikzelf een fijne zoete geur vind die je doet verlangen naar de drank zelf.
Toch rook deze Whisky (oppassen dat ik geen Bourbon meer zeg) veel minder aceton-achtig dan de voorgaande Bourbons.
Ik neem aan dat dit door het dubbele filteringsproces komt.
De smaak is dan ook zoet en fruitig, waarbij ik iets herken van “Sweet Corn”, een extra zoete mais, die je vaak terugziet als bijgerecht in de USA.
De eerste slok is enorm zacht in je mond, en deze whisky brand zeker niet achter in je keel.
Rook ik daar iets van Toffee? Misschien een stukje caramel?
Deze heerlijke whisky kwam op mij over als een ideale partner voor een rustig avondje met een diepzinnige film of een goed boek.
Veel te lekker om zomaar tussendoor te drinken.

En zo komen we aan bij de allerlaatste in het rijtje, en die is gereserveerd voor George Dickel no.12

Deze original Tennessee Whisky (jawel, zonder extra E) is er een van 45%.
Omdat de verwachtingen hoog waren van deze Whisky, was ik aanvankelijk bang voor een anticlimax, maar niet was minder waar dan dat.
Op de website zag ik dat countryzanger Darryl Worley is gekoppeld aan deze whisky, dus deze lekkere muziek maar op de achtergrond aangezet (zie ook beneden), om de ervaring nog iets intenser te maken.

Wat als eerst opviel, was dat de geur veel minder zoet was dan bijvoorbeeld die van Jack Daniels.
Na nog wat gesnuif kwam ik uit bij de zoete geur van bemost, rottend hout in het bos, en dat bedoel ik niet onaangenaam.
Wie wel eens in het bos heeft gekampeerd, kent deze geur wel, als je tijdens de dauw in het beginnende ochtendlicht uit je tent kruipt en de frisse lucht probeert in te ademen. Tussen de alcohol door vond ik deze geur in deze whisky, en dat kwam ook terug in de smaak.

Deze whisky deed mijn neus een beetje kriebelen, en hij liet een lekkere tinteling aan de zijkant van m’n tong achter.
Vooral de smaak was erg verrassend, en moeilijk te omschrijven. In deze smaakcocktail vond ik naast het eerder genoemde boshout ook Maple Sirup, Melasse en Vanille terug, en nog heb ik de indruk dat ik dingen oversla.

ik kan niets anders zeggen dan dat ik het zeker een aanrader vindt, en dat deze zeker voor speciale gelegenheden in mijn drankenkast terecht zal komen.

Tot slot nog de bijbehorende muziek:

[spotify:track:5SXXGmOyUb98Of4hAlxGsA]

Neuzen en proeven van fijne Bourbon – Deel 2 én 3

Zoals beloofd zal ik weer verder bloggen over de Nosing & Tasting Kit met fijne bourbons.

De tweede Bourbon is Rebel Yell
Rebel Yell

40% Kentucky Straight Bourbon

Bij Rebel Yell moest ik denken aan Billy Idol… Je bent een Eighties-puber of niet, toch 🙂
Deze bourbon is van de Bernheim distillery in Louisville, Kentucky

Na het openen ruik je de zoete geur, met daarin een vleugje citrus.
Bij de eerste slok had ik een beetje cacao-achtige nasmaak, alsof je een tijdje geleden een puur chocolaatje hebt gegeten, en de smaak nog ergens in je speeksel zit.

Deze bourbon brand erg achterin je keel, wat ik niet echt aangenaam vond.
Verder is deze bourbon niet echt speciaal. Ik beleef meer genot aan een standaard Jack Daniels dan aan deze Whisky.
Daar in tegen is hij wel lekker rustig warm op de maag. Misschien iets voor na een dagje weggeregend te zijn, maar daar hebben we in Nederland al genoeg lokale bittertjes voor die beter wegdrinken dan deze Bourbon.

Al met al wat tegenvallend, en niet echt lekker. Maar, dat is mijn smaak en mening.

Bourbon nummer 3: Blanton’s Original

Ambachtelijk, Single barrel, Kentucky Straight Bourbon, 46.5%
Gemaakt in Frankfort, Kentucky

Van deze bourbon had ik hoge verwachtingen, want hij werd mij van alle kanten aangeraden als één van de smaakvolste die er op dit moment te vinden is.
En ik moet zeggen, hij viel me zeker niet tegen.

Na het openen kwam er naast de zoete geur een veel lichtere aceton-geur vrij dan bij de vorige bourbon, en dat is erg aangenaam. Na wat meer ruiken herkende ik een houtachtig luchtje. Vreemdgenoeg moest ik denken aan vers gezaagd tuinhout, of als je door een houtzagerij loopt.

De eerste slok heeft een donkere afdronk. Ondanks mijn beperkt vergelijkingsmateriaal, want ik ben toch maar een leek, moest ik denken aan het verschil wat je proeft als je een goede port tegenover een goede wijn zet.
De zachte, volle smaak blijft lang hangen in je mond, en deze bourbon kietelde een beetje achter in mijn keel.
Het enige minpuntje vond ik de wat zilte nasmaak, maar die blijft veel minder achter dan de eerder genoemde zoete smaak.

Neem ook eens een kijkje op de website van Blanton. Een hoop leuke weetjes, en ze hebben zelfs hun eigen sigaren.

Voor mij zeker een blijvertje voor speciale gelegenheden.

Neuzen en proeven van fijne Bourbon – Deel 1

Deze week heb ik een Nosing&Tasting kit aangeschaft via DH17.

Zelf drink ik al jaren Bourbon, gewoon omdat het iets zoeter is dan whisky, en cognac toch weer net iets te is, al kan ik een goede cognac echt wel waarderen.

Toen ik daarom de tasting kit tegenkwam via Twitter, leek het mij leuk om mezelf eens wat meer te verdiepen in de Bourbon-wereld.

Geïnspireerd door bevriende twitteraars die met hun neus in de Whisky zitten, wil ik dit tevens gaan bijhouden via dit blog, dat toch al op mijn website staat (komt daar ook eens iets nieuws).

Allereerst de N&T-kit:

Hoe de kit er uit ziet

In de kit vind je informatie over de toegezonden bourbon.

Informatie

Onder het schuimrubber komen de 6 flesjes tevoorschijn.
Ieder flesje bevat 25ml van een speciale bourbon.

De flesjes in het pakket

En speciaal voor deze blog een mooi proefglas uit de kast gehaald.
Deze is toevallig een geschenkje geweest van Ballentines 😉

proefglas

De eerste Bourbon: Johnny Drum Black

Deze bourbon is een Old Fashioned Sour Mash, Handgemaakt in Bardstown,Kentucky, 43%.

Speciaal voor deze Bourbon op Spotify wat Bluegrass muziek opgezet, want je proeft tenslotte een klein stukje Amerika. Notitieblok erbij voor de notities, en het proefflesje gaat open.

Terwijl ik inschonk, kwam de bekende zoet geur al vrij.

Een diepere reuk in het glas kwam de tevens bekende aceton-achtige geur naar binnen, die zoveel mensen tegenhoud om van zoiets als dit te genieten. Maar als je de geur dieper in je neus laat doordringen, komt duidelijk de mais er doorheen.

De eerste slok was een duidelijke tinteling op het puntje van de tong. Deze bourbon proeft zoet, met een vleugje van iets dat op Maple Sirup lijkt.

De drank gaat zacht door je mond, en na afloop voelt het een beetje alsof je iets melkachtigs hebt gedronken.

De tweede slok, nadat je van de eerste sensaties bekomen bent, was een beetje wrang, waardoor ik moest denken aan oude westernfilm waar stoffige cowboys na een lang rit door de woestijn lomp en bargoens op de bar kloppen voor Whisky. Ik denk dat deze bourbon een beetje smaakt zoals het toen zou hebben gedaan.

Ook kreeg ik met de tweede slok een vleugje naaldhout door, wat de indruk wekt dat deze whisky misschien wel in de buurt van naaldbomen is gegroeid en iets van de specifieke lucht heeft opgenomen.

Deze bourbon is geen keelbrander, maar geeft een warm gevoel van binnen, waarbij je maag zachtjes en tevreden zal knorren. Toch was er wel een behoorlijke kick na het nuttigen van deze bourbon, en ik denk dat ik na 2 of 3 glaasjes wel aan mijn tax zal zitten.

Volgende keer: Rebel Yell

Bijbehorende Muziek

[spotify:track:7CYsGle9408eUD6VZbDGrk]

What’s New in Download

Hoera! De herfst is begonnen!
Dat betekent wat vaker een nat pak na het forenzen, maar ook veel nieuwe series op TV en op heb Web.
Want, tja, soms moet je hier in het digitaal meest vooroplopende land van europa wel meer dan 2 jaar wachten voordat er een leuke buitenlandse serie wordt uitgezonden.
De commercieele talenten van de Nederlandse publieke en niet-publieke omroepen hebben dat nog steeds niet door, en blijven ons vervelen met de ene na de andere reality-soap.

Gelukkig hebben we dan nog internet, en daar halen we dan ook onze betere beeldvullers vandaan.

In Amerika halen ze om te beginnen 2 oudjes van stal: Flash Gordon en The Bionic Woman.
Ook zijn de verhalen beiden aangepast aan deze tijd, en dus geen echte remakes met jaren 40 special-effects, maar meer spul dat rechtstreeks uit The Matrix is gerukt.

Flash Gordon was alleen in kleur te zien in een film uit 1980, die regelrecht flopte, ware het niet dat de muziek van Queen het gedrocht overeind hield.
In de trend van “beter een remake dan een slecht idee” worden er dan ook films bij de vleet in een nieuw jasje geworpen, en dat pakt 9 van de 10 keer slecht uit.

Onze nieuwe Flash komt over als een in puberteit blijven hangende volwassene, met uiteraard een perfect blond kapsel.
Zijn vader (een briljante geleerde) heeft in het grootste geheim in z’n studeerkamer zitten prutsen met wormgaten (zoals we die uit wel meer scifi kennen), en is verdwenen. Na al die jaren komen er ineens mensenjagende robots uit wormgaten, die kennelijk op zoek zijn naar een apparaat dat aan flash’s vader heeft toebehoort.
Ondertussen komt ex-liefje Dale Arden uitzoeken of er een sappig nieuwsverhaal in zit. Daar ben je tenslotte journalist voor. Ook komen ze getwee op zoek naar verklaringen een oude collega van flash’s vader tegen, die ook heeft gemerkt dat wormgaten overal opduiken. En zo maken we dan kennis met Dr. Hans Zarkoz, en is het trio compleet.
Helaas is Zarkov niet de koele kikker-prof uit het origineel, maar een irritant druk en bang ventje die het midden houdt tussen George uit Seinfeld en Wormstaart uit Harry Potter.

Zoals je hebt gemerkt is dit dus geen aanrader, maar misschien wordt het nog wat.
Een andere remake is die van de Bionic Woman.
Ik weet niet hoe oud je bent, maar ik ben opgegroeid met de man van 6 miljoen, en daar kwam dan later ook de bionische vrouw bij, want emancipatie was pas echt interessant in de jaren seventies.

Waarom men een spinoff heeft gekozen voor de remake, en niet voor de man van 6 nullen is gegaan, komt waarschijnlijk door de devaluatie van de nodige implantaten, en voor 6 miljoen koop je bij een geheime researchoperatie natuurlijk net een paar schoenen.
Op naar de vrouw dus!
Deze dame in kwestie heeft het allemaal niet zo makkelijk. Ouders dood, een dokter-vriendje die het heel erg druk heeft, en een jongere zus die bij je inwoont, en die je dan ook nog poogt op te voeden.
Als je dan toch eindelijk weer uitgaat met je vriendje, wordt je doodleuk zijlings door een vrachtwagen geramd, en lig je in de kreukels.
Vriendlief heeft gelukkig weinig, blijkt een bionisch expert in dienst van die geheime organisatie, en neemt je mee voor een totale makeover naar zijn ondergrondse basis.
Daar wordt je dan wakker met kunstledematen en generaaltjes zonder uniform die een moordmachine van je willen maken.
Tijd om te vluchten dus, en tijdens je vlucht kom je er achter dat je niet het eerste experiment bent, en daarmee dus onzeker over je leven.
Voordat dit een lang verhaal begint te worden: Neem een eetlepel Terminator, een kommetje Remo (jaja, unarmed and dangerous), en overgiet dit met een flinke lading La Femme Nikita, en je hebt de remake van de Bionic Woman te pakken.
Of het ooit leuk wordt? Dat moeten we maar afwachten, maar aflevering 1 mist wel de charme van vroegah!.


Geocache Radio Podplaza banner

Gelukkig is er nog een lichtpuntje (meerdere zelfs) in de duisternis.
Het is bijna oktober, en dus is seizoen 4 van House MD weer begonnen.
Dr. House is z’n team kwijt, en moet in de aftrapper van het seizoen zelf het mysterie oplossen, en wordt daarbij ook nog gepushed tot het zoeken van een nieuw team onder de druk van zijn ontvoerde elektrische gitaar.
De puntje-van-je-stoel openingsscene zorgt voor een flink gedeukte patient die natuurlijk weer het ene na het andere symptoom erbij krijgt.
De ontknoping moet je zelf maar gaan bekijken, maar zoals altijd is die het waard.

Een heel nieuwe serie is Reaper.
Hierin komt een redelijk clueless VMBO-ertje er achter dat zijn ouders z’n ziel aan de duivel verkocht hebben, in ruil voor de gezondheid van Vaderlief.
Als hij 21 wordt, komt de Duivel hem halen, maar niet om hem in de Hel te gooien. Dit mannetje moet nl. ontsnapte zielen terugbrengen naar de Hel (ja, ook daar kampen ze kennelijk met cellentekort. Niet zo verwonderlijk met de laatste 4 kabinetten). Hiervoor krijgt hij steeds een ander stuk gereedschap van de Duivel.
Stop er ook nog eens een stille liefde en wat “later dude”-vrienden bij, en je hebt een aardige sitcom met een kartelrandje.
Ook hier weer een mengeling. Stop Wayne’s World en Dead like Me in een blender, en serveer met een schijfje My name is Earl.
Aflevering 1 is in ieder geval een aanrader.

Nerds are Back!
In de nieuwe serie The Big Bang Theory maken 2 samenwonende Nerds kennis met hun nieuw buurmeisje van het type blond en hersenloos, maar om op te vreten.
Deze serie moet het vooral hebben van spitsvondige dialogen zoals we die kennen van The Nanny en Rosanna, gemengd met veel Nerdy-taal.
Minstens net zo leuk als The IT Crowd, dus kijken allemaal naar aflevering 1.

Volgende week weer meer! Lator!

Een Prestige-Kwestie

Wie zegt dat telepathie niet voorkomt in de natuur is gek.
Werden alle grote uitvindingen al gelijktijdig elders gedaan, ook in de filmwereld lijkt men dezelfde ideeen te hebben.
Zo zijn er nu al 3 films met goochelaars in de hoofdrol. Ikzelf als huis-, tuin- en keukengoochelaar heb daar natuurlijk interesse in.

De eerste van het blok was “The Illusionist” met Edward Norton in de hoofdrol, die we vooral kennen van Fight Club. Een mindfuck van het zuiverste water, al was e.e.a. nogal vlug afgeraffeld aan het einde.
Als tweede in het rijtje staat “Smokin’ Aces“, die ik voornamelijk vanwege de slechte recensies en daarbij behorende overvloed aan tv-reclames nog niet bekeken heb. De trailer was al droevig genoeg, zullen we maar zeggen.

Gisteravond tijd besteed aan “The Prestige“. Met hoofdrollen voor Hugh Jackman (X-men), Christian Bale (Batman Begins) en Michael Caine (geen intro benodigd) kun je al een beetje een indruk krijgen dat het een te amerikaans vehikel wordt, dat de plank mis dreigt te slaan.
Het verhaal gaat over 2 goochelaarshulpjes die elkaar proberen de loef af te steken. Als Borden (Bale) de vrouw van Angier (Jackman) laat verdrinken doordat hij dacht een betere knoop te kunnen gebruiken voor een truuk, eindigt de samenwerking, en proberen ze zelf als goochelaar aan de bak te komen.
Door haat en nijd blijven de twee goochelaars in elkaars vaarwater zitten. Totdat Borden een totaal nieuwe truuk heeft, en Angier perse wil weten hoe deze werkt. Ondanks de verklaringen van zijn truukbouwer (Caine) en z’n spionerende assistente dat het met een dubbelganger werkt, blijft Angier zoeken naar betere verklaring.
Dit brengt hem uiteindelijk naar Nicolai Tesla, wiens rol wordt vertolkt door David Bowie.

Het geheel resulteert in een wirwar van Flashbacks waarin het moeilijk is om te blijven volgen in welk tijdperk het verhaal zich nu afspeelt. Tussendoor worden er teveel hints gegeven naar het dan ook weinig verrassende slot van het verhaal, waar men de bedoelde aha-erlebnis door de neus wordt geboord. Een jammerlijk geheel voor het publiek.

Misschien dat Smokin’ Aces toch beter is….